In verschillende documenten over Haule komt een landweer ter sprake. Met dit stuk wil ik meer duidelijkheid geven over de vragen: wat is een landweer, waar ligt deze op de Haule en wanneer is hij in gebruik?
Wat is een landweer?
Een landweer (ook wel landgraaf genoemd) is een lange aarden wal of een diepe sloot. Vaak staat er een haag van doornstruiken bij. Voor de bewaking bouwt men soms een wachttoren, een heuvel, een schans of zelfs een klein kasteel (motte). In onrustige tijden biedt de landweer bescherming aan het gebied. De vorm en opbouw verschillen, afhankelijk van het doel en het landschap.
Een landweer beschermt dus tegen “vijanden” van buitenaf.
Landweren kunnen zich kilometerslang uitstrekken. In Nederland worden ze vooral in de 14e en 15e eeuw aangelegd. In Duitsland verschijnen ze al in de 13e eeuw.
In hogere gebieden bestaat een landweer uit één of twee aarden wallen, terwijl hij in waterrijke streken bestaat uit één of twee grachten of greppels. Soms combineert men beide vormen. Bij de aanleg maakt men zoveel mogelijk gebruik van bestaande elementen in het landschap, zoals zandruggen, beken of moerassen. De wal of oever wordt beplant met dicht struikgewas, vooral stekelige soorten zoals meidoorn en sleedoorn. Soms staat er ook een houten omheining (palissade). Zo ontstaat een moeilijke hindernis.
Een landweer heeft slechts enkele doorgangen, meestal afgesloten met een slagboom. Soms graaft men kuilen naast de wal, zodat mensen deze moeilijk kunnen beklimmen.
Restanten van landweren zijn tegenwoordig moeilijk te herkennen in het landschap. De ligging valt meestal het best te achterhalen via oude kaarten of historische documenten. Plaatsnamen zoals Slaghekke, Runneboom, Wacht, Lanwer of Landert kunnen wijzen op een vroegere landweer.
Op Wikipedia staat een schematische weergave van een landweer en een foto van de landweer bij Allardsoog, op de grens van Friesland en Drenthe. Deze laatste zou rond de 15e eeuw zijn aangelegd.


Een tweede functie van een landweer
Een landweer is meestal geen zwaar verdedigingswerk. Toch vervult hij een belangrijke tweede functie – vooral bij grenzen. Hij dient namelijk om handelsroutes te controleren. Landweren sluiten vaak aan op natuurlijke hindernissen, zoals beken, moerassen of meertjes. Zo wordt het lastig om ongezien een grens over te steken, bijvoorbeeld om belasting te ontwijken. Bij doorgangen staat vaak een controlepost, waar soms ook tol wordt geheven.Bij Koudenburg komen al deze kenmerken samen: de grens tussen Drenthe en Friesland, het Zwarte Water, drassige veengebieden en een opzichtershuisje.
Een landweer op of bij Koudenburg?
De weg Koumansburg is van ouds een weg, een nauwe toegang van Drenthe naar Friesland, aan beide zijden geflankeerd door ontoegankelijke veengebieden. Als hier geen verdedigingslijn zou liggen, dan ligt de weg open via Haule-Donkerbroek naar het westen. Popping vindt in de geschriften van Peter van Thabor vermeld, dat in de wilde tijden van het begin der genoemde eeuw en wel in het jaar 1523 er Bourgondische troepen lagen te Dumbroeck en Dumbroeckster Haule. Van een schans wordt dan nog niet gerept. Wel later. Ca 1590, dan wordt de Breebergschans opgeworpen, een kilometer ten noorden van de doorgaande weg. De Breebergschans is vooral bedoeld ter verdediging van de route van uit het zuiden, via Duurswoude, Friesland in.
Hierna staat afgebeeld een uitsnede uit een kaart uit 1727, getekend door de gecommitteerde landmeter Focke Eijles. Richting de grens met Drenthe staat dwars op de weg (noord-zuid lopend) een lijn getrokken; zonder begin of eind. Dit is m.i. de huidige Rendijk, die ook wat hoger in het landschap ligt en waarvan ik hiervoor en verderop heb betoogd dat deze als een leidijk is aangelegd. Mijn is ziens heeft deze niet de functie van landweer gehad.

Op de hiervoor genoemde uitsnede van de kaart van Focke Eijles uit 1727 zie ik twee keer de woorden “vaste landweer” staan op de grens met Drenthe. Twee keer is wat verwarrend omdat de dezelfde grens verschuivend twee keer is getekend. Aan de westzijde sluit deze landweer aan op het meertje het Zwarte Water. Op een kaart uit 1754 staat de Zwartewaterlandweer als aanduiding bij de grens.
Dezelfde landweer kom ik ook op de volgende uitsnede tegen uit de kaart met daarop het “Questieus Veld bij Norg” (Een) uit ca. 1756). Hij loopt precies op de grens, aansluitend aan het Zwarte Water. Hij stopt waar het onduidelijk wordt waar de grens met Drenthe verder gaat in noordelijke richting. Op de kaart staat ook dat er in 1733 een “scheidgruppe” is aangelegd vanaf het Zwarte Water naar het zuidoosten, richting Goldhaar. PS Koudenburg is hier Culdenburg.

Te vermelden is nog dat in het “Proces-verbaal der grensbepaling van het grondgebied der gemeente van Grietenije Ooststellingwerf, 1827” ten noorden van het Zwarte Water op de grens een dijkje wordt aangegeven (of is het een greppel).
Hierna volgt een citaat uit de Nota Archeologie Ooststellingwerf december 2014.
“Ook in Ooststellingwerf hebben er landweren op de grens tussen Fryslân en Drenthe gelegen. Op de ‘Nieuwe caert van Frieslant: vermeerdert en verbetert op ordre der Ed. Mo. Heeren Gedeputeerde Staeten’ door Bernardus Schotanus à Sterringa staat ten noorden van de plek waar de doorgaande weg via Haule en Koudenburg richting Norg de grens over gaat, het woord ‘Land Weer’ aangegeven (zie afbeelding 26; bij zwarte pijl).”

H.J. Popping schrijft over dit onderwerp in de Leeuwarden Courant van augustus 1930:
Volgens de reeds aangehaalde kaart der “Zevenwouden” bevond zich indertijd ter plaatse waar de weg Haule—Koudenburg—Veenhuizen de Drentsche grens snijdt, ook een landweer. Of hiervan nog sporen zijn te vinden, is ons onbekend. In een stuk uit den jare 1555 komt voor, dat de scheiding tusschen Norg en „de Houwele in West-Frieslant “bepaald werd door een „begraving;; in maniere van een kaedijck” werd hiermede deze landweer bedoeld? Landweren moeten vroeger algemeener hebben gelegen zoowel in ons Noorden als in Duitschland en vooral daar waar men de grens had vastgesteld tusschen landstreken of provincies. Ze lagen vaak over de zandruggen tusschen moerassen en verbonden deze laatste, waardoor een eenvoudig, doch doeltreffend verdedigingswerk over een breed gebied werd verkregen. Tacke en Lehman noemen in „Die Norddeutschen Moore” o.a. „die Landwehren von Moor zu Moor bei Lohne”. In het oude Drentsche recht, door bisschop Frederik van Blankenheim in 1412 vastgelegd, komt reeds voor, dat de ingezetenen verplicht waren de landsgrenzen te verdedigen. Waar natuurlijke grenzen, hetzij door riviertjes met moerassige stroomdalen, hetzij hoogvenen, ont braken, wertfen verdedigingswallen — landweren —, later fortificaties als schansen, opgericht.”
Ik kom in de doctoraalstudie over “Landweren in Nederland” van Bertus Brokamp uit 2007 (deel 1 beschrijving en deel 2 inventarisatie ) in het inventariserende deel het volgende tegen over een landweer bij Koudenburg: “Op een in 1710 door J. Tideman getekende kaart van de markescheidingen staat op een van de scheidingen een landweer bij het Swarte Water aangegeven. Dit water lag in het verlengde van de Schipsloot. In 1737 werd bij de vaststelling van een deel van de provinciale grens bepaald dat de Landweer bij het Zwarte Water, die al lang als scheiding was aangehouden, als provinciale grens zou worden aangemerkt (Heslinga 1942, pp. 367-369).”
Brokamp heeft ook een aardig artikel geschreven over landweren
In het boek van T.H. Oosterwijk, “Geschiedenis van de Ooststellingwerfse dorpen” lees ik op blz. 125 over een landweer bij Haule. Hij citeert uit een document van 1608, een kopie van een document uit het midden van de 16e eeuw en dat o. m. is ondertekend door Johannes Francken (Johannes Frankena, Grietman van Ooststellingwerf, van 1550 tot 1568).: De (lei)dijken zijn “voorgaande tusschen die kercke van die Houle tot die lantweer toe”. Oosterwijk zegt daarover: “Dit laatste punt valt niet nader te bepalen”. Deze zin zou ik als volgt willen vertalen: gelegen tussen de kerk van Haule en de landweer.
Zou dit een landweer kunnen zijn op de grens van de Ooststellingwerf en Opsterland ten noorden van de Breebergschans (aanleg 1593) gelegen tussen Donkerbroek/Haule; tot in de veertiende eeuw de grens tussen Drenthe en Friesland. Schotanus spreekt in 1718 van ‘t Oud Leger’ of ‘t Old Leger’ Op een kopie (1715) van de kaart van Broer Boelens van 1670 van de leidijken en vennen gelegen tussen Wijnjeterp – Duurswoude – Bakkeveen – Haulerwijk en Donkerbroek lees ik ook “old leger”. “Leger” zou dan verdedigingslinie of bivak betekenen

Ik wil verder nog verwijzen naar de stukjes over Leidijk en Rendijk.
Versie: 2025 21 oktober