Koudenburg Haule

13. Een inkijk in de huishouding op de zathe Koudenburg

Om een tijdsbeeld te krijgen van wat er zoal in een huishouding aanwezig is heb ik gebruik gemaakt van een transcriptie, gemaakt door Poppe Jansma en door mijn aangevuld. Het betreft een boedelbeschrijving van de zathe Koudenburg uit medio 19e eeuw.

Op 26 november 1841 is “ten verzoeke van Froukjen Jans Gorter, zijnde boerin, weduwe van wijlen Thomas Jans van der Leij(de oude) wonende te Haule Grietenij Ooststellingwerf, zoo voor zichzelven ter zake der gemeenschap tusschen haar en haar wijlen bovengemelden man bestaan hebbende, als in kwaliteit als vruchtgebruikersche der nalatenschap van deze haar man,…” een inventaris opgesteld. Het betreft de inventaris van het pand “Haule nummero twintig”.
Het gaat om ruim 120 artikelen. Daarom verwijs ik naar Bijlage A

De inventaris overziende kun je stellen dat het hier gaat om een boerenfamilie met een redelijk bestaan. Gezien het aantal koeien en schapen is hier sprake van een gemiddeld boerenbedrijf uit deze streek (Brouwer).

Van sommige voorwerpen zijn in de huiskamer wel erg veel aanwezig. Zoals: twee dozijn aardewerk theegoed, twintig romers en glaasjes, vijfenvijftig stuks bonte aarden borden, twee zakken met tinnen lepels, diverse tafeltjes en zestien “ordinairen” stoelen. De huiskamer wordt gebruikt als Tapperij zoals verderop wordt beschreven.

Wat verder opvalt is dat sieraden, boeken (bijbels) niet zijn opgenomen in de inventaris. Ook mis ik o.a. boeken en schrijfbenodigdheden. Thomas Jans was in het grootste deel van zijn leven bestuurlijk actief. Daarvan moet in 1841 nog wel het een en ander aanwezig zijn geweest, lijkt mij.

Op het westelijk deel van het Drentse Plateau bestond een boerenbehuizing in de 19e eeuw meestal uit een zogenaamd hallenhuis of los hoes. Dit is een boerderij waarin mensen en dieren onder één dak leven. Of de zathe Koudenburg aan het begin van de 19e eeuw van dit type is, kan ik niet achterhalen. De foto van de in 1931 afgebroken boerderij op de voorpagina doet dit wel vermoeden. De contouren van de boerderij op de kadastrale kaart komen hiermee overeen.

Een boerengezin bestaat vaak uit meerdere generaties, zoals grootouders, ouders en kinderen. Jan Thomas van der Leij overlijdt in 1841 op de zathe Koudenburg; hij is dan 92 jaar oud. Het lijkt erop dat zijn vrouw, Frouwkje Jans Gorter, het bedrijf runt; zij is op dat moment 54.

Iedereen heeft zijn eigen taken: mannen werken op het land, vrouwen zorgen voor het huishouden, het vee en de moestuin. Kinderen helpen mee met lichte werkzaamheden en gaan soms naar school, maar velen moeten al op jonge leeftijd werken.

De boeren verbouwen gewassen zoals rogge, boekweit, haver en aardappelen; in de eerste plaats voor eigen gebruik. Er is vaak weinig geld, dus boeren maken en repareren veel spullen zelf.

Het boerenleven op dit deel van het Drentse Plateau in de 19e eeuw is zwaar en gericht op overleven, met een sterke afhankelijkheid van de natuur en tradities.

Door verbeterde landbouwtechnieken en de ontginning van heidevelden verandert het boerenleven langzaam. De opkomst van kunstmest zorgt voor betere opbrengsten. Op Koudenburg komt deze verandering pas echt op gang rond 1900.

Samengevat: het boerenleven op het Drentse Plateau in de 19e eeuw is zwaar en ritmisch. Mannen werken vooral op het land, terwijl vrouwen het huishouden, het vee en de voedselvoorziening regelen. Er is weinig vrije tijd, en iedereen, inclusief kinderen, draagt bij aan het gezinsinkomen.


Versie: 2026, 3 januari

← Vorige: 12. Het boerenbedrijf KoudenburgVolgende: 14. Veldnamen behorende bij de zathe Koudenburg →