Ongeveer 12.500 jaar geleden breekt een periode van klimaatverbetering aan. Temperaturen en zeespiegel stijgen en zorgen voor een geleidelijke vernatting van het landschap. Het gebied krijgt steeds meer te maken met drainageproblemen. Door de slecht doorlatende keileemlagen kunnen regen- en grondwater op veel plekken moeilijk wegstromen. De grondwaterstand stijgt. In de laaggelegen delen ontstaan stilstaande, zuurstofarme wateren; ideale omstandigheden voor veenvorming.
Op veel plaatsen breidt het veen zich ook uit over de plateaus. We spreken over metersdikke veenpakketten die soms uitstijgen boven de onbedekte hogere delen.
Wat er nu nog aan veen in de omgeving van Koudenburg voorkomt wordt weergegeven op onderstaand kaartje; de Veendikte – zanddieptekaart.
Bron: https://edepot.wur.nl/464454?utm_source=chatgpt.com

LEGENDA
Dikte van de veenlaag
I Minder dan 40 cm
II 40 – 80 cm
III 80 – 120 cm; en plaatselijk voorkomende veenlaag dikker dan 120 cm is per boorpunt aangegeven (> 12)
IV meer dan 120 cm; de begindiepte van de zandondergrond is per boorpunt aangegeven in dm – maaiveld
Om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van het veen in het gebied heb ik een tweetal kaartje gevonden. De eerste twee geven de veenbedekking (in bruin) van ons gebied weer in 2750 v. Chr. en 800 n. Chr.

250 v. Chr. Vos & de Vries, 2013. Deltares , Utrecht

800 n. Chr. Vos & de Vries, 2013. Deltares , Utrecht
Het onderstaande plaatje toont de verschillende veensoorten die je in het beekdal van de Kuinder had kunnen aantreffen. Opmerking daarbij is dat het veen mogelijk deels is weggesleten in het hart van het stroomdal, tijdens de periode waarin dit ontstond.
Op de hoger gelegen zandgronden vind je veenvorming in pingoruïnes, dekzanddepressies of uitblazingslaagten.

Om een beeld te krijgen van de omvang van het oorspronkelijke veen rondom Koudenburg heb ik onderstaand kaartje uit 1757, genaamd“Situatiekaart van Haule, waaraan een 19de eeuwse kopie is toegevoegd” ,bijgevoegd. De gemiddelde laagdikte van het veen bedraagt 2,5 tot 3 meter. In de niet ingemeten delen ten noorden van Koudenburg staat dat het gebied daar bestaat uit zandige heide; dus zonder veenbedekking.

Bij de verkoop van de zathe Koudenburg, in 1882, wordt bij de meeste percelen ten zuiden van de Schapedrift, of de Oudeweg, aangegeven dat de klien, het veen, nog aanwezig is. De laatste veenverkopingen in de Haulerpolder dateren van rond 1860. De turfgraverij zal toen nog zeker een aantal jaren zijn doorgezet. In de akte is opgenomen dat 7 percelen in 1842 zijn gekocht van Fokke Meines Wieland met het beding dat hij over het veen en de “klijn” kan beschikken en deze mag vergraven en verbaggeren. Zo nodig mag hij een wijk graven. Fokke Meines had deze percelen, in dezelfde akte dat Koudenburg werd gekocht door Frouwkje Jan Gorter, in 1842 gekocht van mevrouw Bögel; toen 3 percelen bouw en heide land gelegen in de zathe “Lands Kruidenburg”; dit laatste moet natuurlijk zijn Koudenburg.
In een apart hoofdstuk hoop ik later nog de vervening en de ontginning van de Haulerpolder uit te werken.
Versie: 2025 27 december