Koudenburg Haule

15.2. Oosterholt/Oosterhout


Op de uitsnede, zie hierna, uit een kaart uit 1727 getekend door de gecommitteerde landmeter Focke Eijles, is te zien dat meer richting Drentse grens het gebied toen Oosterholt wordt genoemd. Daar staat aan de weg bij geschreven “bij outs een huisch gestaan”. De locatie is wat moeilijk te duiden. Het gebied ligt op deze kaart tegen de huidige Rendijk (oude leijdijk) aan

In het Kaarten- en prentenkabinet • Opsterlandse Veencomp bevind zich een situatiekaart van  Haule. De kaart dateert uit 1734 en is getekend door Foocke Eijles.

Ten oosten van “Koldenburg” staat een tekst die vanaf de computer moeilijk is te lezen. Ik lees hier:
1e regel:       Bij Ouds Bouwackers
2e regel:      Geweest Oosterhout Genaamd
3e regel:       ent Nu Heyd velt
4e rel:          Bos Acker      xxxxxxxxxxx (getekende boompjes)
5e regel:      Bouwland
Deze locatie laat zich iets betere duiden. Ik situeer het ongeveer waar het latere opzichtershuisje heeft gestaan. Een ander oriëntatiepunt is de valkeniers hut die we op deze uitsnede zien; ten noorden van Oosterhout. Deze valkeniers hut zien we terug op een andere kaart uit 1757; die waar verlaten akkers staat; dus in wat ik hoeve 21 noem.
Voeg ik beide kaarten samen, dan heette het gebied vanaf zathe Koudenburg tot in elk geval de Rendijk Oosterhout; een groot gebied dus. Er is daar dus ook sprake geweest van bebouwing.

Dit brengt mij op het volgende citaat:
“Jünffer Alijt falcke quam negst verleden woensdach umb ix uhren mit hoer wagen seer haest tho Roden ahn, was seer verstuertt und vorveertt / somma was  einem doden mehr / als einem levendigen gelick, sachte ho de Gronningers weren uthgefallen, plunerden und nemmen Idermennichliken dat sijne, weren al bij hoege karcke [Hoogkerk] und tho oestwolde [Oostwold] gekhom men, Tho dem so were dat geschreij, sie wolden dan den Nienorth (Nienoord) und Roeden (Roden) in den grundt vernelen, um smiten, und verbarnen etc, darmit Ilenz nae de hauwel [Haule] tho, warom ilenz ij wagen mit gude tho Roden worden gepacket vant hues om de tho verschoren , als dan oick gescheet is”

Dit citaat komt uit een brief, ondertekend in Roden op 26 mei 1568 door Liborius Forster. De brief werd een paar dagen na “De Slag bij Heiligerlee” op 23 mei 1568 geschreven. De veldslag vond plaats tussen het leger van Lodewijk van Nassau en het Spaanse leger van koning Filips II en eindigde met een overwinning van de opstandelingen.

De brief beschrijft de gebeurtenissen na de slag. We lezen dat de Groningers de Van Ewsum’s beschuldigen, trouwe dienaren van de keizer, van heulen met de Nassau’s. Men wil daarom hun borgen plunderen. De schrijver weet niet alles zeker; er trekken namelijk ook plunderende troepen van Nassau’s rond.

In deze passage gaat het over de vlucht van ene juffer Alijt Falcke; eerst naar Roden, waar de borg Mensinge staat, eigendom van de Van Ewsum’s, om daarna ijlings bepakt verder te vluchten naar Haule. Mensinge was op dat moment eigendom van Johan van Ewsum en Anna van Burmania en zij wonen op Mensinge. Of Aliit na Haule nog verder reist, vermeldt de brief niet. Om naar Friesland te vluchten had ze beter de route over Een of Marum (korter en beter begaanbaar) kunnen nemen.

Wie juffer Alijt Falcke is, kan ik nog niet achterhalen. Wel kom ik een hoofdelingenfamilie Falck(e) tegen uit Oost-Friesland, uit de regio Emden. Deze familie was loyaal aan Karel V en Filips II.
Ocko Valcke thoe Marienwehr, heer van Larrelt, militair en grootgrondbezitter, geldt als een rechtstreekse voorvader van de Falcken die zich later in de Republiek vestigen. Valcke, geboren rond 1530 en overleden op 17 september 1584, vocht in 1568 onder Lodewijk van Nassau in Groningen. Later werd hij drost van zowel Emden als Greetziel. In die periode bezat de familie ook een huis aan de Harderinnestraat — mogelijk de middeleeuwse Haddingestraat, genoemd naar de 14e-eeuwse familie Hardinger. Aan deze straat staan nog altijd twee zeer oude huizen (Steenhuis).

De vlucht van Alijt naar Haule ligt voor de hand; ook dat is bezit van de Van Ewsum’s. Ik veronderstel dat op Haule een huis heeft gestaan, een juffer waardig. Moet ik daarbij denken aan de zathe op Oosterhout? Natuurlijk kan het ook de zathe Koudenburg zijn of de latere Tonckenshoeve zijn.

Het antwoord blijft nog ongewis. Oosterhout blijft mij intrigeren. Er heeft “Bij Ouds een Huisch” gestaan. Oosterhout komt op twee kaarten voor maar de locatie verschilt iets. Je zou kunnen denken dat Oosterhout liep vanaf Koudenburg tot de huidige Rendijkdijk. Het stemkohier van zathe Koudenburg (nr. 20) omvat grotendeels de zathe Koudenburg en wat ik Oosterhout noem.

Versie: 2026, 4 januari

← Vorige: 15.1. Verlaten hoeve nr. 21 op Koudenburg?Volgende: 15.3.  Opzichtershuisje, of cherchershuisje op Koudenburg →