Oosterwijk (blz.119) meldt dat op de kaart van Schotanus uit 1685 een “Valkeniershutte” wordt vermeld.
Deze hut komt ook voor op de kaart uit 1734 getekend door Foocke Eijles . Ik heb de hut met tekst omcirkeld. Er staat zo iets als ” Valkeniers Hute op een Sant Hoogte” Ook op een kaart uit 1757 staat de “hutt” afgebeeld op een heuvel. Duidelijk is te zien dat deze hut in, wat ik noem de verdwenen, hoeve 21 ligt.


Op de website van de Historische Vereniging Haule staat een artikel uit de Hepkema’s Courant van 1902 over een valkenier die rond het midden van de negentiende eeuw actief is op Koudenburg. Uit de beschrijving blijkt dat deze man feitelijk als “foegelflapper” werkt: een vanger van roofvogels met netten.
Zij onderkomen, de valkeniershut, is half ingegraven in een verhoging en is met plaggen of riet gecamoufleerd. Vanuit een smalle kijkopening bedient de valkenier de eén of twee klapnetten met trekkoorden die dichtklappen zodra een valk op de lokvogel afvliegt.
Als lokmiddel gebruikt de valkenier een levende of dode vogel, vastgebonden aan een paaltje. Soms beweegt hij de lokvogel ritmisch met een touwtje, een handeling die “houwen” wordt genoemd. De vangst vindt plaats op open zand- of heidevelden, waarbij de hut aan de lijzijde ligt zodat de valken met de wind mee naderen.
Gewoonlijk vertrekt de valkenier pas als hij een stuk of acht tot tien vogels op de „egge” (stok of stellage) heeft weten te zetten. Deze vogels, voorzien van hoedjes en met de poten vastgeketend, zullen later hun dienst doen.
Oosterwijk vermeldt ook een verklaring van de schulte van Norg uit 1759, waarin Willem Hocks, valkenier uit Valkenswaard, verklaart al 36 jaar gebruik te maken van een hut op de Haule. Zijn beide ooms doen dat eveneens.
In het dorpsblad De MikMak Westerhoven vindt u een informatief verhaal over “Valkenier Hoeks zocht zijn toevlucht in
Westerhoven”. Hierin komt Haule nadrukkelijk aan de orde.
Versie: 2025 12 november