Koudenburg Haule

11. De eigenaren en gebruikers van de Zathe Koudenburg na 1842.

De 19e eeuw heeft grote veranderingen gebracht in het eigendom van de zathe Koudenburg. Het was van af medio 16e eeuw het eigendom van grootgrondbezitters en werd steeds verhuurd. Pas halverwege de 19e eeuw wordt het verkocht.

Thomas Jans van der Leij
In 1828 is Thomas Jans gebruiker van de boerderij op de Haule met stem 20, genaamd Koudenburg (Gen. Jierboek 2005). Dit is hoeve Haule 20 (bron HinGis) zoals genoemd in de floreenkohieren en de Speciecohieren.

Floreenkohier
(bronnen: De floreenkohieren J.A. Mol en P.N. Noomen, en Ensie Christelijke encyclopedie F.W. Grosheide (1926))
De floreenkohieren vormen een bezitsregistratie die vanaf 1700 op uniforme wijze per gemeente in Friesland wordt opgesteld, om de gewestelijke grondbelasting eerlijk te kunnen verdelen. Deze fiscale administratie werd vanaf 1708 elke tien jaar vernieuwd en is grotendeels bewaard gebleven tot de laatste reeks uit 1858.
Het Saksisch-Friese kadaster maakte in 1832 plaats voor het Nederlandse kadaster; vanaf dat moment werd de floreenbelasting niet meer geheven. Friesland kende daarnaast ook kerkelijke florenen – een soort belasting die later zelfs stemrecht verleende. Tot 1795 vielen kerkelijke goederen onder staatszorg, maar dat werd dat jaar afgeschaft. In 1804 kregen hervormde floreenplichtigen benoemingsrecht van kerkvoogden en toezicht op kerkbezit. Dit recht werd in 1866 opgeheven en overgedragen aan een algemeen toezichtsorgaan.
Speciekohier
De vijf speciën zijn belastingen die oorspronkelijk alleen in Friesland worden geheven. In de vroegste periode werden ze afzonderlijk geïnd, maar in 1637 werden ze om praktische redenen samengevoegd tot één pakket. De vijf speciën bestaan uit het schoorsteengeld, het hoofdgeld, het hoorngeld, het middel op de bezaaide landen en het paardengeld. Zij worden jaarlijks geheven, waarbij de inning doorgaans werd verpacht aan de hoogstbiedende.
Na het pachtersoproer van 1748 werd de verpachting beëindigd en werd de belasting voortaan door ontvangers “bij collecte ” geïnd. Uiteindelijk werden de vijf speciën in 1805 afgeschaft.

De oude stem 20 is oorspronkelijk in bezit van de familie Van Ewsum en komt in 1720 door aankoop in handen van de familie Lycklama à Nijeholt.
Georgine Wolfeline Françoise Lycklama à Nijeholt Bögel (1765–1816), dochter van Augustinus Tincos Lycklama à Nijeholt (1742–1789) en Suzanna thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg (1736–ca. 1799), trouwt met baron Philip Hendrik Nering Bögel de Bastrop (1759–1827). Na hun overlijden komt in 1829 de zathe Koudenburg in het bezit van hun dochter Maria Josephina Nering Bögel (1816–1856).

De grootte van de oorspronkelijke stemgerechtigde hoeve nummer 20 in de 18e eeuw is te zien in het programma HinGis (zie kaartje). Deze hoeve was toen ongeveer 64 hectare groot. Op de kaart van Tideman uit 1707 (zie hoofdstuk 8.4) is te zien dat de oorspronkelijke hoeve later een langgerekte hoeve is die zich uitstrekt van de Boven-Kuinder tot bijna aan de weg van Een naar de Zwartenbergsterschans

Froukje Jans Gorter
Een maand na het overlijden van Thomas Jans van der Leij koopt zijn vrouw Froukje Jans Gorter op 30 november 1841 van Maria Josephina Nering Bögel (1816 – 1856) voor de koopsom van fl. 3270 vele `percelen vastigheden`: de zathe Koudenburg. Froukje is dan, als weduwe van Thomas Jans van der Leij, huurder van deze boerderij.

Waarom zij deze boerderij huren en er ook wonen is mij onduidelijk. Thomas Jans is in 1832 eigenaar van de hoeve 6 onder Donkerbroek. Deze hoeve wordt pas na zijn overlijden in 1841, verkocht. Deze boerderij heeft aan het begin van de huidige Kloosterweg gestaan en was groot ca. 36,5 ha. De kavel is ca 5000 meter lang!
Na het overlijden van Thomas Jans in 1841 wordt een inventarisatie opgemaakt van roerende en onroerende goederen. Een citaat daar uit:
Vastigheden
a.
bij den erflater Thomas Jans van der Leij voor het huwelijk met de requirante (Froukje Jans Gorter) bezeten.
1. de gertegte drie/achtste in een huisstede te Haulerwijk, waarvan de overige vijf/achtste behoren aan de kinderen van Jan Jannes Gorter wijlen.
2. Een vierde in een zathe en landen te Haule in gebruik bij Thomas Jans Gorter, waaronder eenige hooijlanden onder Oosterwolde, behorende de overige drie/vierde aan de evengemnoemden.
3. drie/achtste in eenige hooijlanden en heidevelt de …ddekamp gelegen te Donkerbroek, behoren de overige vijf/achtste als voren.

b.
bij den erflater staande huwlijk met de requirante en de zonen aangekocht.
1 e . De helft in een stuk bouwland, heide van ene heideveld afkomstig uit de plaats van Melle Veenboer te Donkerbroek, behorende de wederhelft aan Jannes Jans Gorter.
2 e . Een stuk hooijland gelegen aldaar.
3 e . de helft in een stuk heideveld te Haule behorende de wederhelft aan Jannes Jans Gorter.
4 e . de geregte vierhonderd drieentwintig/negenhonderd zestigste in een bosch te Haule.
5 e . Eene zathe en landen met huizinge en schure op het oost te Donkerbroek, in gebruik bij Roelof Lucas Walda; en gedeeltelijk voldaan met gelden de requirante aangekomen uit de nalatenschqap van Trijntje Wiebes Nijenhuis.  

Als we spreken over de waarde van deze onroerende goederen, dan is in elk geval bekend dat Froukje Jans direct na het overlijden van haar man Jan Thomas o.a de volgende eigendommen verkoopt:
– Januari 1842 als mede eigenaar/erfgenaam voor de totale koopsom van fl. 6282, enige vastigheden te Haule;
– April 1842 al haar levendige have, werktuigen en gereedschappen enz. Reden is mij onbekend. Een deel van het vee houdt ze zelf: t.w. koeien 8 van de 11, pinken 5 van de 5, paarden 2 van de 3, schapen 2 van de 43.
–  April  1842 voor de koopsom fl. 1900 enig bouw en weiland, bos en heide te Donkerbroek gelegen in hoeve 1. Zij woont dan op Koudenburg;
– Oktober 1842 als mede eigenaar/erfgenaam voor de koopsom van totaal fl. 4640 enige percelen “vastigheden” te  Haule.

De in november, door Froukje gekochte zathe, lag ten oosten van de huidige weg Weper – Haulerwijk (Tonckensweg) aan weerzijden van de huidige weg Koumansburg. In de akte wordt deze zathe Koudenburg genoemd en staat er bij “ten floreenkohier bekend dorp Haule op nummer 20, vrij van florenen”. Op 29 januari 1842 koopt Frouckje nog eens drie percelen. Dit zijn andere delen van de kadastrale nummers die zij in 1841 had gekocht.

Op de hierna getoonde kadastrale uitsnede uit 1832 is het erf van de boerderij Koudenburg in rood aangegeven. 

Op de navolgende kadastrale uitsnede (Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Donkerbroek, Friesland, sectie B, blad 05 (MIN02022B05) zijn de contouren van de boerderij af te lezen. Je zou haast denken dat het twee boerderijen zijn.

Hendrik Alberts Berga
December 1842 koopt haar schoonzoon Hendrik Alberts Berga, hij is dan huurder van zathe 18, van diezelfde Maria Josephina Nering Bogel een stuk hooiland bij de Haulerset (17 ha.). In dezelfde akte wordt ten oosten van Koudenburg 50 ha heidegrond verkocht.  Het betreft een deel van de gronden die abusievelijk op naam stonden van Froukje Jans Gorter. Genoemde Hendrik Alberts Berga is in 1837 gehuwd met de Antje Thomas van der Leij (1820 – 1899), dochter van Thomas Jans en Frouckje Jans. Hendrik Alberts boerde later met Antje op Koudenburg.

Bouwkundig is er direct volop actie. Na de aankoop van Koudenburg (1842) laat Froukje Jans Gorter, waarschijnlijk in 1847/1848 aan de oostzijde een nieuwe boerderij bouwen. Zij gaat daar zelf boeren. Op bijgevoegd “Minuut van de kaart van Ooststellingwerf” uit 1849 staat deze nieuwe boerderij al aangegeven. Ook het huis van Thomas Jans van der Leij, nabij de Rendijk staat aangegeven. De ondergrond kocht hij in 1848. het huis staat er dan al.. In 1884 wordt ook gesproken over een keuterboerderij. Deze staat aangegeven aan de zuidzijde van de weg, nabij het opzichtershuisje dat ook nog staat aangegeven

De kadastrale situatie wordt hierna weer gegeven


Joachimus Lunsingh Tonckens
Op 22 december 1882 vindt de provisionele en later in januari 1883 de finale toewijzing plaats van hierboven in de advertentie genoemde veiling van Koudenburg. Verkoper is Antje Thomas van der Ley (1820 – 1899), dochter van Jan Thomas van der Leij en Froukje Jans Gorter, wonende te Haule, Zij is weduwe van Hendrik Alberts Berga en handelt mede namens de kinderen. Het betreft 51 percelen onroerend goed. Hendrik Alberts is 12 jaar eerder overleden op 21 december 1870. In datzelfde jaar schrijft hij zijn testament waarbij Antje het vruchtgebruik kreeg van al zijn roerende en onroerende goederen, “die mijn zuiveren nalatenschap zullen uitmakende”.

Het gaat hier om een gedwongen verkoop. Op 20 december 1882 heeft de Arrondisementsechtbank te Heerenveen dit bij vonnis bevolen. Het verzoek daartoe is gedaan door Antje Thomas Berga (van der Leij) en de kinderen van Hendrik Alberts Berga. Er zijn twee redenen: de boedelscheiding is zeer ingewikkeld en er ligt een hypotheekschuld op het onroerend; “op de voldoening daarvan wordt aangedrongen”.

Wat het ingewikkelde betreft: een boedelscheiding waarbij iemand recht heeft op 31/385 deel of zelfs 31/20480 laat zich moeilijk uitkeren in onroerend goed.
De hypothecaire schuld betreft waarschijnlijk de lening die Antje Thomas is aangegaan op 23 januari 1880, groot fl 7.500 van de Diaconie van Leeuwarden. Deze lening voor onbepaalde tijd moet 6 maanden na aanzegging afgelost worden. In 1883, dus na de verkoping, heeft er een royement plaats gevonden waar de naam van Antje Thomas in wordt vermeld en die van “De Diakenen Sleutelbewaarders bij de Nederduitsch Hervormde Gemeente”. Ik denk dat toen de schuld is afgelost. Waarvoor deze lening is aangegaan is mij niet duidelijk. Mogelijk heeft zij een uitkering gedaan aan haar kinderen zonder de notaris daarin te betrekken.

Ten oosten van deze zathes ligt, zo staat in de verkoopakte, het buitengoed “Koumansburg” van de heer Joachimus Lunsingh Tonckens. Aan de westzijde ligt de zathe van de heer Tonckens die later bekend staat als de Tonckenshoeve .Aan de zuidzijde ligt de “Haulerpolder”.

De verkoop betreft twee zathes, samen Koudenburg genaamd.De ene zathe  is in gebruik bij de heer Eize Jans Brandinga  (o.a. Dbr B1195, 1196 en 639).

Deze Eize Jans is getrouwd met de dochter van Antje Thomas, t.w. Vroukje Hendriks Berga. De zathe had het recht tol te heffen om daarmee de weg naar Drenthe te kunnen onderhouden.
De andere zathe is in gebruik bij Antje zelf (o.a. Dbr B1197. 2436, 2437, 2638 en 2680).
Beide zathes “met vele percelen grond” vallen binnen de stemgerechtigde hoeve nr. 20.
Ook wordt een keuterijtje verkocht. Deze is gelegen aan de zuidkant van de weg naar Veenhuizen (Dbr B1498. 2631, 2633-2635) en oostelijk van Koudenburg tegenover, zoals er staat, “tegenover de Opzichterswoning”.

De zathe Koudenburg wordt bij de “Eindelijke Toewijzing” op 12 december 1883 voor het grootste deel verkocht aan de heer Joachimus Lunsingh Tonckens t.w. 41 percelen, voor het bedrag van fl. 11.115,00. De totale opbrengst bedraagt fl. 22.289,00.

Deze verkoping heeft zelfs de landelijke pers gehaald. In het algemeen dagblad van 17 januari 1883 staat: “De beide boerderijen Koudenburg te Haule (Fr.)., te zamen 200 bunder groot, die voor p.m. tien jaar f 40.000 konden opbrengen, zijn nu bij publieke veiling gekocht door dr. J. Lunsingh Tonckens, te ’s Gravenhage, voor f 11.000.”. De Nieuwe landbouw-courant noemt het een “bespottelijk lage prijs”.
Die waardedaling heeft m.i. alles te maken met de landbouwcrisis in West-Europa tussen 1878 en 1895. Deze is ontstaan door de import van goedkoop graan en andere landbouwproducten uit de Verenigde Staten en Canada, waardoor de prijzen van landbouwproducten sterk daalden. De landbouwcrisis valt samen met de Grote Depressie (1873-1896).
De boeren op de gemengde bedrijven op de zandgronden kunnen zich aanvankelijk nog goed staande houden omdat de export van (levende) varkens lange tijd op peil bleef, maar toch.

Op donderdag 19 april 1883 houdt weduwe Berga boelgoed op zathe Koudenburg. Om een beetje de indruk te krijgen wat zo al werd verkocht geeft ik de advertentie hierboven weer. De schapen brachten gemiddeld fl 15 tot fl 20 op, de kalfkoeien (ook wel melkvaars en kalfsvaars genoemd) fl 120 tot fl 150
Blijkbaar zijn de koeien onderhands verkocht. De opbrengst bedraagt fl. 3611.

Verhuur na 1883
De boerderij Koudenburg wordt na aankoop in 1883 telkens verhuurd. Bijvoorbeeld: op 27 februari 1894 wordt de zathe Koudenburg te huur aangeboden. In het pand bevindt zich dan een herberg zonder vergunning en het heeft het recht van tolheffing, zo staat in de advertentie.
Het gaat om 22,7 ha weid-, bouw-, en hooilanden en 57,9 heidevelden. Het pand is dan in huur en gebruik van weduwe Bandringa (Vroukje Hendriks Berga, dochter van Antje Thomas van der Leij).

Verder lees ik in een advertentie uit 1903 dat de zathe met landen weer voor vijf jaar te huur zijn. Ze zijn dan in gebruik bij Lubb. J. Russchen (1830–1906).

Hoe zag de boerderij er uit

Bovenstaande foto heb ik van de site van de Historische vereniging gehaald. Zie ik naar het pand dan lijkt het dat de gevel naar het zuiden is gericht. Het heeft een uitbouw aan de rechterkant. Dit komt overeen met de kadastrale kaart uit 1832, hiervoor weergegeven.

Bij Tresoar ligt eenzelfde soort foto van vermoedelijk hetzelfde pand.

De boerderij is afgebroken in 1931. Het pand werd toen bewoond door de familie De Weerd.

Versie: 2026, 3 januari

← Vorige: 10. Eigenaren en gebruikers van de zathe Koudenburg voor 1842Volgende: 12. Het boerenbedrijf Koudenburg →