Koudenburg Haule

4. Bodem van de streek Koudenburg


In dit hoofdstuk probeer ik een zo goed mogelijke beschrijving te geven van de bodem in de streek Koudenburg. Daarbij realiseer ik mij dat ik grotendeels een leek ben in dit vakgebied. Het betreft een zeer complex onderwerp. Complex door de op elkaar inspelende vormgevende systemen en de grote verschillen op soms kleine oppervlakten. Waar het gaat om de interpretatie van de door mij hierna genoemde gegevens zou ik graag willen verwijzen naar de masterscriptie van D. (Dennis) Worst “Agrarische veen ontginningen in Oosterlijk Opsterland” (2012). De gedetailleerdheid waarmee hij dit onderwerp behandeld heeft mijn bewondering. De nieuwste inzichten komen aan bod.

Ik heb de gegevens voor deze paragraaf verkregen via twee ingangen, t.w. Bodemdata.nl en bodemkundige onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de Ruilverkaveling Haulerwijk. Vanuit de pleistocene gegevenheden heeft een zich een landschap met bewoning ontwikkeld. Hierop heeft zich, mede door toedoen van de mens die zich aan de bodemkundige gegevenheden heeft aangepast, een voor Ooststellingwerf kenmerkend landschap ontwikkeld.

De rug waarop Koudenburg ligt is aanzienlijk hoger dan de gronden meer naar het zuiden, aan de Kuinder* . Door het glooiende karakter is dat niet altijd goed te zien. De streek ligt tegenwoordig op 10/11 meter plus NAP. Maar zuidwaarts, bij de Kuinder, is dit slechts 4/5 meter.

Noordwaarts, richting Haulerwijk, loopt het ook weer af naar 6/7 meter plus NAP. De keileem/ dekzand-ruggen en de beekdalen lopen grotendeels parallel en hebben oorspronkelijk een noordoost-zuidwestelijke oriëntatie.

* Een bijzonderheid is dat deze stroom twee namen draagt: een Friese naam, de Tjonger en een Stellingwerfse naam, de Kuinder.


Versie: 2025 15 november

← Vorige: 3. De naam KoudenburgVolgende: 4.1. De basis (geomorfologie) van Haule en Koudenburg →