Koudenburg Haule

8. 2. 3. De kerk; locatie, hoevebreedtes, afdrachten, Florenen

Een ander opvallend punt is dat de kerk al van ouds duidelijk in Oost-Haule staat; in hoeve 17 van de 20 hoeves.

Foto Hielkje Westerhof.

In de middeleeuwen werd de kerk vaak gebouwd in het oudste deel van een nederzetting. Dit is echter ook weer niet altijd het geval; er zijn voorbeelden waar blijkt dat de kerk pas werd gesticht nadat een nederzetting reeds voltooid was. Hierbij aansluitend wil ik citeren uit de studie van Dennis Worst (blz 108) over de plaats van de kerk en het kerkgoed:

“De rol van de kerk is ook van belang binnen deze ontginningseenheden. Het is denkbaar dat de kerk pas een rol in het geheel is gaan spelen nadat iedere boer voor zich of ontginningseenheden als geheel stabiele hoeven hadden opgebouwd in het veencomplex. Bijvoorbeeld na een jaar, enkele jaren of zoals in Koekange na tientallen jaren. Opvallend is hierbij de plaats die de kerk inneemt. Steeds is deze in het midden van een dorp gelegen en vaak op de overgang tussen twee ontginningseenheden (onderstreept door mij). Nam de kerk dan toch direct deel aan de ontginning? Of gaat het hier om onontgonnen stroken veen tussen twee ontginningseenheden die later zijn gedoteerd aan de kerk? Hield men tijdens het begin van een ontginning al rekening met de plek die de kerk in het dorp zou gaan innemen?”.

Twee ontginningseenheden past bij mijn idee over de bouw van de kerk op de Haule; ten miste als je uitgaat van een kolonisatie van uit zowel het westen als het oosten.

Afwijkende breedtes van de Hoeves.
Opvallend is dat de breedte van de hoeves (1–16) ten westen van de kerk nauwelijks varieert: zij meten doorgaans tussen de 35 en 40 roede, gemiddeld zo’n 135 meter. Vanaf de kerk oostwaarts is het beeld echter heel anders: de hoeves (18–21) zijn daar aanzienlijk breder, met een gemiddelde van 100 roede, ofwel circa 360 meter. Bij deze berekening ben ik uitgegaan van één roede = 3,6 meter.


Het Benificiaalboek en de Van Ewsum’s.
Het Benificiaalboek van Haule uit 1543 begint met de optekening dat de jonkers van Ewsum  jaarlijks belast zijn met 2 goudguldens en 6 x een halve mud graan St. Petrus pacht. Verder betalen ze 6 “Koopmansgulden” (van 20 stuivers) en 6 Philipsgulden (ook van 20 stuivers). Het bezit van de Van Ewsum’s is gelegen aan beide zijden van de kerk staat er. Kijk ik naar de situatie van 1640/1696 dan blijk dat de erven 15 en 16, gelegen aan de westzijde van de kerk, en de erven 18 t/m 21, gelegen aan de oostzijde van de kerk, totaal dus 6 erven, nog steeds in het bezit zijn van de Van Ewsums.

De erven en hun afdrachten aan de Kerk
Een ander punt van aandacht betreft het aantal hoeves in Haule. Het Beneficiaalboek van Haule uit 1543 vermeldt tweemaal dat er 21 erven zijn, wat niet overeenkomt met de 20 stemmen in het stemkohier. In een ander artikel betreffende Koudenburg maak ik aannemelijk dat er mogelijk een hoeve is verdwenen ten oosten van Koudenburg; en misschien wel meer of andere bebouwing.

In het Benificiaalboek staat over de afdrachten van de 21 erven het volgende opgetekend:

“Item XXI steden, yder een keyes schepel rogge jaerlycxs toe Sinte Peter, ende Marten stede een kees halve mudde of een halve Philippus-gulden. Item XXI steden, yder vijer bollen des jaers, een yder bolle twee.”

Uit deze passage blijkt dat 21 erven jaarlijks ieder één ‘keyes schepel’ rogge dienden af te dragen op Sint-Pietersdag. Bovendien waren de 21 erven gezamenlijk verplicht jaarlijks vier broden te leveren, met een waarde van twee stuivers per brood. De termen keyes en kees verwijzen hierbij naar de ‘keizerlijke’, dat wil zeggen wettelijk vastgestelde, maten. Voorts vermeldt het Beneficiaalboek slechts zeven erven die een geldelijke bijdrage verschuldigd waren, uiteenlopend van drieënhalve Philippus-gulden tot vijfentwintig stuivers. Hadden deze erven een andere status? De precieze ligging van deze erven is vooralsnog onbekend.

Het floreenboek
De floreenkohieren zijn lijsten van grondbezit. Vanaf het jaar 1700 maakt men deze lijsten in heel Friesland op dezelfde manier. Ze zijn bedoeld om de grondbelasting eerlijk te verdelen.

Toch hoeft niet iedereen belasting te betalen. Sommige boerderijen hebben namelijk een vrijstelling. Voor de Reformatie zijn veel boerderijen (ook wel “hoeven” genoemd) eigendom van kloosters of kerken. Deze instellingen hebben vaak oude rechten waardoor ze geen belasting hoeven te betalen. Na 1580 schaft de overheid veel van deze oude rechten af, maar niet allemaal. Ook sommige adellijke families bezitten grond die ‘allodiaal’ is. Dat wil zeggen dat het vrij eigen bezit was was zonder dat d’r een leenheer iets over te vertellen had. Dat betekent dat de grond niet blijft van bepaalde belasting. In het floreenboek van 1718 staat bij de 3 hoeves op de Haule, oostelijk van de kerk, dat zij vrij zijn van Florenen. Deze hoeves zijn dan allen eigendom van de graaf Von Inn- und Kniphausen (– Van Ewsum). Het betreft de hoeves 18, 19 en 20.


Versie: 2026, 2 januari

← Vorige: 8.2.2. Eerste vermeldingVolgende: 8.2.4. De gegevens gecombineerd; met opmerkingen. →