Koudenburg Haule

4.4. De waterhuishouding op en rond Koudenburg

Op een hydrologische kaart wordt beschreven hoe water in een bepaald gebied voorkomt, zich verplaatst en wordt gebruikt. Daarmee komt de waterhuishouding van het landschap in beeld.

In Nederland wordt vaak gewerkt met grondwatertrappen (GT’s). Dat is een classificatie van grondwaterstanden in een gebied, bedoeld o.a voor de landbouw om daarmee inzicht te krijgen in hoe nat of droog een perceel is, en welke gewassen daar goed groeien. Ook natuurbeheerders maken er gebruik van om te bepalen welke ecosystemen mogelijk zijn (bijv. natte heide, moeras, of droog bos). Bij bouwprojecten of infrastructuur wil je weten of er kans is op natte voeten of juist verdroging.

Een grondwatertrap geeft twee dingen weer:

  • Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) – hoe hoog het grondwater gemiddeld in natte periodes staat.
  • Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) – hoe diep het grondwater gemiddeld in droge periodes zakt.

Deze twee waarden samen bepalen de grondwatertrap (A t/m VII).

Grondwatertrappenkaart. Bron: https://edepot.wur.nl/464454?utm_source=chatgpt.com

LEGENDA

Grondwatertrap                  Gt     *IIIIIVVIVIIVI/VII
Gem. hoogste grondwaterstand in cm beneden maaiveld       (GHG)< 40< 4040 – 80> 40> 40
Gem. laagste grondwaterstand in cm beneden maaiveld       (GHG)50 – 8080 – 120> 120> 120> 120> 120

GI en IV zijn in dit gebied niet aangetroffen

Het hoge gedeelte van Koudenburg watert af naar het zuiden, naar de Kuinder. Dit is een natuurlijke afvloeiing.
Om een droger en een bewerkbare oppervlak te krijgen groeven de eerste kolonisten in het veen sloten haaks op het riviertje. Maar daardoor oxideerde het veen ook en herhaalde men dit een aantal malen, totdat het gebied te nat wordt. Tijd om het hogerop te zoeken. Dit proces is gestopt ca. 1400. Dan worden de boerderijtjes gebouwd op de stevige ondergrond van zand.

Het water op de zandrug kan niet altijd zijn weg vinden naar lager gedeelten. Om wateroverlast te voorkomen worden leidijken aan gelegd en hier en daar grotere waterlossingen om het water gecontrolerd af te voeren naar de Tjonger. In oude documenten spreekt men over Swetten, een oudfries woord voor grens, ze liggen dan ook altijd op de grens van twee hoeves. Tussen de zathes Koudenburg en Tonckenshoeve zien we een dergelijke waterlosssing. Aan de afvoer van dit zure water worden evenwel al snel beperkingen opgelegd met maximale afvoeren. Oosterwijk (blz 125) haalt een document aan waarin vermeld staat dat de Geerswette – dit is een waterlossing op de grens van de dorpsgebieden van Donkerbroek en Haule – geen grotere capaciteit mag hebben “dan een vierendeel van een grove tonne” en dat deze niet langer hoort “toe te lopen dan van Alderheijligen tot Sinte Pieter”. Dat is van 12 november tot 22 februari.

Ook in meer recente tijden zijn nieuwe waterlossingen gegraven om wateroverlast te bestrijden. De gronden worden dan op de rug in cultuur gebracht. Maar door de ondiepe ligging van het keileem treedt in droge perioden snel watertekort plaats.


Versie: 2025, 27 december

← Vorige: 4.3. De bodem (bovenste laag) van Haule en KoudenburgVolgende: 4.5. Samenvatting omtrent de bodem van en rond Koudenburg. →